VREEMDELINGENRECHT.COM


Vreemdelingenbewaring



Inhoudsopgave van deze website



Visa

Een visum

Asielzoekers

De asielprocedure (algemeen)
De asielprocedure (uitspraken)
Generaal pardon I
Generaal pardon II
Terugkeer

Andere verblijfsvergunningen

Een verblijfsvergunning (algemeen)
Trainen voor een mvv - inburgeren
Adverteren bij Daisycon Kennismigranten
Wat te doen bij ziekte?
Wat te doen bij scheiding?

Procederen

Rechtshulp /advocaten
In bezwaar of in beroep bij de rechter
Vreemdelingenbewaring

Overig

Cursussen
Nieuws op de site
Nuttige links
Immigratie hebbedingen
Contact/mail
STEL HIER UW VRAAG!


Klik op de link en u komt op de pagina met de informatie


Handige links naar andere sites

Website IND
Vluchtelingenwerk
Zoek advocaat
Gefinancierde rechtshulp
Orde van Advocaten


telefoonnummer Vluchtelingenwerk: (020) 346 72 00



Infonummer van de IND: 0900-1234561









RINGTONE

Netherlands - Flag

Taalcursus

Dutch BYKI 3.6





Adverteren bij Daisycon





Adverteren bij Daisycon





Adverteren bij Daisycon











Wat is vreemdelingenbewaring?

Alhoewel het niet strafbaar is in Nederland om illegaal in het land te zijn, is het wettelijk wel de plicht van iedere buitenlander die geen rechtmatig verblijf (meer) heeft om het land te verlaten. Doet diegene dat niet dan kan hij of zij in vreemdelingenbewaring worden gesteld d.w.z. in een detentiecentrum worden opgesloten en door de overheid het land worden uitgezet.

Om iemand in vreemdelingenbewaring te kunnen nemen moet de overheid er op een rechtmatige manier achter zijn gekomen dat iemand illegaal was bijvoorbeeld omdat iemand wegens iets strafrechtelijks was gearresteerd, omdat er bij zijn werk een controle was of er illegalen werkten of omdat de politie hem heeft staande gehouden omdat ze vermoeden dat hij illegaal was.

De vreemdeling wordt in een speciaal Huis van Bewaring geplaatst en de overheid moet voortvarend gaan werken aan zijn uitzetting bijvoorbeeld door een laissez passer aan te vragen bij de ambassade van het land waar de vreemdeling vandaan komt.

De vreemdeling krijgt een advocaat en kan iedere keer in beroep waarbij de rechter dan oordeelt of de bewaring rechtmatig is, de IND genoeg zijn best doet en of er nog steeds zicht is op uitzetting.

Zelf kan een illegaal ook proberen zijn tijd in het Detentiecentrum zo kort mogelijk te laten zijn. Bijvoorbeeld door vrienden of familie zijn paspoort te laten brengen en eventueel zelf een ticket te kopen

Belangrijkste wetsartikelen

Artikel 50 Vw: staandehouding en ophouding

1. De ambtenaren belast met de grensbewaking en de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen, zijn bevoegd, hetzij op grond van feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren hetzij ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding, personen staande te houden ter vaststelling van hun identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie. Degene die stelt Nederlander te zijn, maar dat niet kan aantonen, kan worden onderworpen aan de dwangmiddelen als bedoeld in het tweede en vijfde lid. Bij algemene maatregel van bestuur worden de documenten aangewezen waarover een vreemdeling moet beschikken ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie.

2. Indien de identiteit van de staande gehouden persoon niet onmiddellijk kan worden vastgesteld, mag hij worden overgebracht naar een plaats bestemd voor verhoor. Hij wordt aldaar niet langer dan gedurende zes uren opgehouden, met dien verstande, dat de tijd tussen middernacht en negen uur voormiddags niet wordt meegerekend.

3. Indien de identiteit van de staande gehouden persoon onmiddellijk kan worden vastgesteld en indien blijkt dat deze persoon geen rechtmatig verblijf geniet, dan wel niet onmiddellijk blijkt dat hij rechtmatig verblijf heeft, mag hij worden overgebracht naar een plaats bestemd voor verhoor. Hij wordt aldaar niet langer dan gedurende zes uren opgehouden, met dien verstande, dat de tijd tussen middernacht en negen uur voormiddags niet wordt meegerekend.

4. Indien nog grond bestaat voor het vermoeden dat de opgehouden persoon geen rechtmatig verblijf heeft, kan de in het tweede en derde lid bepaalde termijn door de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee respectievelijk door de korpschef, bevoegd ter plaatse waar die persoon zich bevindt, in het belang van het onderzoek met ten hoogste acht en veertig uren worden verlengd.

5. De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd de opgehouden persoon aan diens kleding of lichaam te onderzoeken, alsmede zaken van deze persoon te doorzoeken.

6. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regelen gegeven omtrent de toepassing van de voorgaande leden van dit artikel.

Artikel 59: vreemdelingenbewaring ter fine van uitzetting

1. Indien het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid zulks vordert kan, met het oog op de uitzetting, door Onze Minister in bewaring worden gesteld de vreemdeling die:
a. geen rechtmatig verblijf heeft;
b. die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder f, g en h.

2. Indien de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn, dan wel binnen korte termijn voorhanden zullen zijn, wordt het belang van de openbare orde geacht de bewaring van de vreemdeling te vorderen, tenzij de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft gehad op grond van artikel 8, onder a tot en met e, en l.

3. Bewaring van een vreemdeling blijft achterwege indien en wordt beëindigd zodra hij te kennen geeft Nederland te willen verlaten en hiertoe voor hem ook gelegenheid bestaat.

4. Bewaring krachtens het eerste lid, onder b, of het tweede lid duurt in geen geval langer dan vier weken. Indien voorafgaande aan de beslissing op de aanvraag toepassing is gegeven aan artikel 39, duurt de bewaring krachtens het eerste lid, onder b, in geen geval langer dan zes weken.

Meknes ©Romaho

Jurisprudentie bewaringszaken

Getoetst wordt of de bewaring rechtmatig is en of de IND hard genoeg zijn best doet om iemand uit te zetten.

Minderjaringen

LJN: BC9104, Raad van State , 200709186/1
Datum uitspraak: 02-04-2008
Datum publicatie: 10-04-2008
Rechtsgebied: Vreemdelingen
Soort procedure: Hoger beroep
Inhoudsindicatie: Vreemdelingenbewaring / vreemdelingen van zestien tot achttien jaar / termijn plaatsing in jeugdinrichting
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 24 februari 2003 in zaak nr. 200300583/1; JV 2003/161), eisen artikel 2, eerste lid, en artikel 9 van de Bjj in beginsel dat vreemdelingen van zestien tot achttien jaar, aan wie de maatregel van bewaring wordt opgelegd, in een jeugdinrichting worden geplaatst. Zoals de Afdeling evenzeer, in aansluiting hierop, eerder heeft overwogen (uitspraak van 27 augustus 2004 in zaak nr. 200405007/1; afschrift ter voorlichting van partijen aanhecht), is er evenwel geen grond voor het oordeel dat zodanige vreemdelingen niet bij aanvang van de bewaring gedurende enige tijd in een politiecel kunnen worden geplaatst. In het geval een jeugdige vreemdeling bij aanvang van de bewaring in een politiecel verblijft, dient, gelet op het gevoerde beleid, zoals vermeld in paragraaf A5/1.5 (thans: A6/1.5), onder c, van de Vc 2000, dat bij gebreke van specifiek beleid ten aanzien van zestien- tot achttienjarigen van overeenkomstige toepassing wordt geacht, uiterlijk binnen vier dagen plaatsing in een jeugdinrichting te worden gerealiseerd. Het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van de Bjj laat toe dat onder die omstandigheden een persoon in de leeftijd van zestien tot achttien jaar voor een langere periode, te weten maximaal tien dagen, in een politiecel kan verblijven. In hoger beroep is niet langer in geschil dat de vreemdeling ten tijde van de inbewaringstelling de leeftijd van zestien jaar had. De tenuitvoerlegging van de bewaring heeft vanaf 8 december 2007 plaatsgevonden in een politiecel en is vanaf 14 december 2007 in een huis van bewaring en vervolgens vanaf 18 december 2007 in een jeugdinrichting voortgezet. De enkele stelling van de staatssecretaris in hoger beroep dat de zogenaamde selectiefunctionaris heeft geoordeeld dat er niet eerder plaats was in een jeugdinrichting kan bij gebreke van enige onderbouwing van die stelling niet leiden tot het oordeel dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 16a, eerste lid, van de Bjj, dat voor jeugdigen van zestien jaar en ouder onder die omstandigheden een verblijf aldaar van maximaal tien dagen toelaat. Reeds hierom heeft de rechtbank terecht overwogen dat, gelet op voormelde uitspraak van de Afdeling van 27 augustus 2004, sprake was van een termijnoverschrijding en dat de tenuitvoerlegging van de maatregel om die reden onrechtmatig was.

Voortvarend handelen verweerder in bewaringszaken

De IND moet altijd voortvarend handelen om de illegale vreemdeling zo snel mogelijk uit te zetten.

LJN: BC9166, Raad van State , 200707746/1
Datum uitspraak: 17-12-2007
Datum publicatie: 10-04-2008
Rechtsgebied: Vreemdelingen
Soort procedure: Hoger beroep
Inhoudsindicatie: Vreemdelingenbewaring / voortvarendheid / omvang van het geschil / ambtshalve toetsing Uit het beroepschrift, noch uit het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting blijkt dat de vreemdeling in beroep de voortvarendheid van het handelen van de staatssecretaris aan de orde heeft gesteld. De beoordeling van die voortvarendheid behoort evenmin tot de door de rechtbank te verrichten ambtshalve toetsing, nu die beoordeling niet strekt tot toepassing van een voorschrift van openbare orde. De rechtbank is derhalve buiten de grenzen van het geschil getreden.

LJN: BC9000, Rechtbank 's-Gravenhage , zittingsplaats Rotterdam , AWB 08/4863
Datum uitspraak: 03-04-2008
Datum publicatie: 09-04-2008
4.1.1 De rechtbank is op grond van het verhandelde ter zitting en de voortgangsrapportage van 10 maart 2008 van oordeel dat voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat en dat verweerder voldoende voortvarend te werk gaat teneinde eiser uit te zetten.
4.1.2 In onderdeel A6/5.3.5. van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000) is neergelegd dat bij het voortduren van de maatregel de nadruk gelegd dient te worden op de voortvarendheid van het handelen met betrekking tot het verkrijgen van reis en/of identiteitspapieren. In dit verband dient verweerder regelmatig te rappelleren naar de stand van zaken van het door de betreffende autoriteiten ingestelde onderzoek naar aanleiding van de aanvraag om een (vervangend) reisdocument. Sinds 1 januari 2007 (Stcrt. 2006/234) bevat de Vc 2000 geen termijn meer waarbinnen handelingen zouden moeten worden verricht. Of verweerder voldoende voortvarend handelt met betrekking tot de uitzetting van een vreemdeling, hangt af van de feiten en omstandigheden van het geval, zoals de vraag of er een laissez-passeraanvraag loopt en de vraag of het op de weg van verweerder ligt om bepaald onderzoek te (doen) verrichten. Daarbij komt dat verweerder voor sommige handelingen afhankelijk is van derden, zoals buitenlandse autoriteiten, waarmee werkafspraken worden gemaakt. De door verweerder verrichte uitzettingshandelingen moeten niet ieder voor zich, maar gezamenlijk worden beoordeeld. Dat tussen twee rappellen een relatief lange tijd verstrijkt hoeft niet per definitie te leiden tot het oordeel dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Wanneer verweerder slechts rappelleert, en van verweerder geen ander onderzoek mag worden verwacht, zal in de regel sprake zijn van voldoende voortvarend handelen indien er niet meer dan één maand tussen twee rappellen verstreken is. Dit is mede afhankelijk van de gemaakte werkafspraken (mits niet onredelijk); wanneer is afgesproken dat bijvoorbeeld alleen op de eerste vrijdag van de maand wordt gerappelleerd, kan dit leiden tot een rappeltermijn van iets langer dan een maand. In zo’n situatie zal doorgaans nog sprake zijn van voldoende voortvarend handelen.
4.1.3 In de onderhavige zaak is eiser op 1 februari 2008 in persoon gepresenteerd bij de Marokkaanse autoriteiten en heeft verweerder op 7 maart 2008 gerappelleerd naar het onderzoek bij deze autoriteiten. Voorts heeft op 29 februari 2008 een vertrekgesprek met eiser plaatsgevonden en is er een volgend vertrekgesprek gepland op 28 maart 2008. Verweerder heeft in de tussentijd nader onderzoek verricht naar de identiteit van eiser; op 27 februari 2008 heeft een adrescontrole plaatsgevonden op het adres waarop [eiser] staat ingeschreven. Blijkens het proces-verbaal van bevindingen van 28 februari 2008 heeft de ex-partner van [eiser] eiser middels een foto herkend als [naam broer], de broer van [eiser]. Het op 15 maart 2008 geplande gehoor van de ‘echte’ [naam eiser] is niet doorgegaan, omdat deze toen niet is verschenen, hoewel er wel met hem een afspraak was gemaakt. Verweerder beraadt zich thans op vervolgstappen.
4.1.4 De rechtbank constateert dat meer dan een maand is verstreken tussen de presentatie in persoon van eiser en het eerste rappel. Dit leidt echter niet tot onrechtmatigheid van de voortduring van de bewaring. Niet alleen is de duur tussen de rappellen niet veel langer dan een maand en wordt zij veroorzaakt door met de Marokkaanse autoriteiten gemaakte werkafspraken, maar ook heeft verweerder in de tussentijd andere relevante uitzettingshandelingen verricht (met name het onderzoek naar de identiteit van eiser en de ondernomen poging om degene voor wie eiser zich zou uitgeven, te horen). De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld.
4.1.5 Met de gemachtigde van eiser is de rechtbank overigens van oordeel dat de rappeldatum van 7 maart 2008 in de voortgangsrapportage van 11 maart 2008 had moeten zijn opgenomen. Deze omissie brengt echter niet mee dat de bewaring onrechtmatig dient te worden geacht.
4.2 Niet is gebleken dat voortzetting van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 dan wel, bij afweging van alle daarbij betrokken belangen, in redelijkheid ongerechtvaardigd is te achten. De rechtbank ziet derhalve geen aanleiding om opheffing van de maatregel te bevelen of wijziging van de tenuitvoerlegging daarvan te gelasten.

LJN: BB8878, Raad van State , 200707283/1
Datum uitspraak: 21-11-2007
Datum publicatie: 28-11-2007
Inhoudsindicatie: Vreemdelingenbewaring / voortvarendheid / tijdsverloop / uitzettingshandelingen Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 16 juli 2007 in zaak nr. 200703728/1, JV 2007/417), verdraagt zich niet met de bij iedere uitzetting vereiste voortvarendheid dat de staatssecretaris in beginsel, ongeacht de in een individuele zaak voorliggende feiten en omstandigheden, een periode van veertien dagen de tijd heeft om met de uitzettingshandelingen aan te vangen. Appellant klaagt terecht dat de rechtbank met de in de grief bestreden overweging niet heeft onderkend dat uit de uitspraak van 16 juli 2007 volgt dat niet zonder meer is voorzien in een termijn van veertien dagen om met de uitzettingshandelingen te beginnen.

Geen gedwongen uitzettingen naar Irak mogelijk

LJN: BC8954, Rechtbank 's-Gravenhage , zittingsplaats 's-Hertogenbosch , AWB 08/9354
Datum uitspraak: 02-04-2008
Datum publicatie: 09-04-2008
Rechtsgebied: Vreemdelingen
Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie: Vreemdelingenbewaring / zicht op uitzetting / Irak / gedwongen uitzetting niet mogelijk De rechtbank begrijpt eisers stelling dat verweerder in strijd met het categoriaal beschermingsbeleid handelt door eiser in bewaring te stellen aldus dat zicht op uitzetting op grond van dit beleid ontbreekt. Verweerder voert als beleid dat uitzetting van asielzoekers uit Centraal- en Zuid-Irak bij een strafrechtelijk antecedent of een ongewenstverklaring niet achterwege blijft. Derhalve kan naar het oordeel van de rechtbank niet gesteld worden dat op grond hiervan zicht op uitzetting naar Centraal- en Zuid-Irak ontbreekt. Echter, de rechtbank volgt verweerder niet in zijn standpunt dat er thans zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat naar Centraal- en Zuid-Irak. In 2007 hebben geen gedwongen uitzettingen plaatsgevonden naar Centraal-Irak. De geslaagde verwijdering op 3 februari 2008 naar Basra betrof een vreemdeling die meewerkte aan zijn terugkeer. Eiser wenst echter nergens aan mee te werken. De Iraakse vertegenwoordiging heeft aangegeven dat zij zich niet bevoegd acht reisdocumenten te verstrekken ten behoeve van een vreemdeling indien deze aangeeft niet terug te willen keren naar Irak. Verweerder heeft voorts in zijn brief van 28 maart 2008 aangegeven dat uitzetting naar Noord-Irak niet tot de mogelijkheden behoort. De rechtbank is van oordeel dat nu alleen vrijwillige terugkeer naar Centraal- en Zuid-Irak mogelijk is, er geen zicht op uitzetting bestaat binnen een redelijke termijn. Als de openbare orde de inbewaringstelling vordert, staat het verweerder vrij de vreemdelingenbewaring te gebruiken als instrument om de medewerking van de vreemdeling aan zijn uitzetting af te dwingen. Voorop staat echter wel dat de vreemdeling uiteindelijk, desnoods gedwongen, moet kunnen worden uitgezet. Vreemdelingenbewaring leent zich er niet voor om het vrijwillig vertrek van een vreemdeling af te dwingen.

LJN: BC8953, Rechtbank 's-Gravenhage , zittingsplaats 's-Hertogenbosch , AWB 08/7923
Datum uitspraak: 21-03-2008
Datum publicatie: 09-04-2008
Inhoudsindicatie: Vreemdelingenbewaring / zicht op uitzetting / Irak / gedwongen uitzetting niet mogelijk Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat op grond van de navolgende informatie zicht op uitzetting naar Centraal Irak aanwezig is. Ter zitting is meegedeeld dat recentelijk een uitzetting naar Basra heeft plaatsgevonden. Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting geschorst en heeft verweerder bij faxbericht van 20 maart 2008 een nadere toelichting gegeven. Uit deze informatie is naar voren gekomen dat op 4 februari 2008 een uitzetting van een vreemdeling heeft plaatsgevonden naar Basra, gelegen in Centraal Irak. De betreffende vreemdeling is op vrijwillige basis teruggekeerd en is toegelaten op grond van een laissez passer, afgegeven door de Iraakse autoriteiten. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn standpunt dat in casu zicht op uitzetting bestaat naar Irak. De geslaagde verwijdering naar Basra, waar verweerder zich op beroept, betreft een vrijwillig teruggekeerde vreemdeling. Uit de stukken en ter zitting is naar voren gekomen dat eiser niet wenst terug te keren naar Irak. Met eiser is de rechtbank van oordeel dat met deze informatie niet is komen vast te staan dat eveneens zicht op uitzetting bestaat ten aanzien van vreemdelingen afkomstig uit Irak, die gedwongen worden verwijderd. De mededeling, eveneens in het faxbericht van 20 maart 2008, van verweerder dat er op 18 maart 2008 eveneens een geslaagde uitzetting heeft plaatsgevonden naar Arbil (Noord Irak) via Frankfurt op grond van een verlopen laissez passer, kan niet tot een ander oordeel leiden, nu uit deze mededeling niet blijkt of het een vrijwillige of een gedwongen verwijdering betrof.

Huis in Noord India

Bewaring langer dan 6 maanden?

LJN: BC8334, Rechtbank 's-Gravenhage , zittingsplaats Amsterdam , AWB 08/6906
Datum uitspraak: 14-03-2008
Datum publicatie: 09-04-2008
In het onderhavige beroep tegen de toepassing van de vrijheidsontnemende maatregel dient te worden beoor¬deeld of de voortgezette toepassing daarvan gerechtvaardigd is te achten.
Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat er zicht op uitzetting van eiser binnen een redelijke termijn bestaat en dat verweerder de uitzetting voldoende voortvarend ter hand neemt. Eiser is immers gepresenteerd bij de Surinaamse autoriteiten, het onderzoek loopt, maandelijks wordt gerappelleerd en er worden vertrekgesprekken (laatstelijk op 5 maart 2008) met eiser gevoerd.
De bewaring duurt thans negen maanden. Bij de beoordeling van de vraag of de toepassing van de bewaring bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid nog gerechtvaardigd is te achten, is de duur van de bewaring van belang. Naarmate de bewaring voortduurt, weegt het belang van eiser bij de uitoefening van het recht op vrijheid van zijn persoon zwaarder. In het algemeen zal na ommekomst van zes maanden vrijheidsontneming het belang van eiser om in vrijheid te worden gesteld van groter gewicht zijn dan het belang van verweerder om de bewaring ter fine van uitzetting te doen voortduren. Deze omslag kan zich onder omstandigheden vroeger of later dan na zes maanden voordoen, zoals is overwogen in de uitspraken van de Rechtseenheidskamer van deze rechtbank van 21 augustus 1997 (MR 1997, 119). In het onderhavige geval doet deze omslag zich later voor.
Aan de voortduring van de maatregel kan evenwel, gelet op het tijdsverloop, niet ten grondslag liggen dat eiser het onderzoek naar zijn identiteit gefrustreerd heeft, nu hij weliswaar ten tijde van de inbewaringstelling de naam van zijn broer opgegeven heeft, maar hij dit na twee dagen ten overstaan van de vreemdelingenpolitie heeft gecorrigeerd. Ten voordele van eiser pleit voorts dat eiser zelf contact heeft gezocht met de Internationale Organisatie voor Migratie en het Surinaamse consulaat. Verweerder heeft de stelling van eisers gemachtigde dat het consulaat verweerder heeft bericht dat eiser hen niet meer moet aanschrijven niet betwist. Uit de hierboven genoemde brief van het Surinaamse consulaat-generaal van 4 februari 2008 kan tevens worden afgeleid dat actieve medewerking van een vreemdeling, zoals eiser, niet zal leiden tot versnelde verstrekking van een lp. Blijkens de toelichting van de gemachtigde ter zitting verstaat het Surinaamse consulaat onder actieve medewerking ook het overleggen van documenten. Dat eiser zijn verlopen paspoort tot op heden niet heeft overgelegd kan hem in het kader van de belangenafweging derhalve evenmin worden tegengeworpen.
De rechtbank is ondanks het voorgaande van oordeel dat aan het belang van verweerder bij voortduring van de maatregel van bewaring het meeste gewicht dient toe te komen, gelet op het feit dat eiser onder zijn eigen personalia, Steven Romeo Pryor, recent is veroordeeld voor verschillende misdrijven. Blijkens een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van (..) betreft het niet enkel een mishandeling, doch tevens een veroordeling voor meerdere overtredingen van de Opiumwet. Daarnaast, doch in mindere mate, weegt mee dat eiser ongewenst is verklaard. Hoewel verweerder het besluit op bezwaar in de procedure tot ongewenstverklaring bij brief van 15 februari 2008 heeft ingetrokken, laat dit onverlet dat het besluit in eerste aanleg nog immer geldt.
Na beoordeling van de door of namens eiser naar voren gebrachte beroepsgronden, concludeert de rechtbank dat voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel of de wijze van tenuitvoerlegging niet in strijd is met de wet en dat deze bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid gerechtvaardigd is te achten. Derhalve wordt het beroep ongegrond verklaard.

Contact/mail
STEL HIER UW VRAAG!



BENT U ADVOCAAT EN WILT U VERMELDT OP DE SITE? NEEM CONTACT OP OVER ADVERTENTIEMOGELIJKHEDEN

Een advocaat?

Asielzoekers en mensen in vreemdelingenbewaring krijgen een gratis advocaat toegewezen. Ze mogen echter wel om een ander verzoeken. In een reguliere procedure moet u zelf op zoek naar een advocaat. Niet dat u volgens de wet er één nodig hebt maar een goede advocaat heeft zeker toegevoegde waarde. Wanneer u niet zo heel veel inkomen hebt kunt u eventueel in aanmerking komen voor een pro deo advocaat. Vraag de door u (bijvoorbeeld op www. advocatenvreemdelingenrecht.nl) gekozen advocaat of die voor u daarvoor een aanvraag wil indienen bij de Raad voor de Rechtsbijstand.



Wat staat er nu op de blog? / What's new on the blog at the moment?







BENT U ADVOCAAT EN WILT U VERMELDT OP DE SITE? NEEM CONTACT OP OVER ADVERTENTIEMOGELIJKHEDEN












Op de andere pagina's van deze site vindt u nog meer informatie over asielzoekers, asiel in Nederland, de asielprocedure, vluchtelingen, VluchtelingenWerk, de IND, het IOM, de UNHCR, Amnesty, vreemdelingenrecht, rechtshulp, gespecialiseerde advocaten, de manier om een goede advocaat te vinden, cursussen vreemdelingenrecht, cursussen Nederlands en inburgering, visa, ambassades van Nederland, buitenlandse ambassades in Den Haag, integratie, verblijfsvergunningen, rechtbanken en Raad van State, gezinshereniging enzovoort.


On the other pages of this website you can find information about: asylum, migrants, refugees, specialised lawyers, legal aid, immigration, migration law, asylumseekers, the Dutch asylum procedure, Dutch lessons, migration law courses, visa, ambassies of The Netherlands, the ambassy of other nations in The Hague, IND, IOM, UNHCR, Amnesty, permits to stay, family reunification, government websites etc. etc. http://www.vreemdelingenrecht.com/engels.html


Vreemdelingenrecht.com

↑ Grab this Headline Animator


Tell a friend about this page!
Their Name:
Their Email:
Your Name:
Your Email:
[ Try right-clicking the image and then the text link below ]

Text Link



You can request a free link to your company or organisation on our website. Please visit our linkfarm http://www.vreemdelingenrecht.com/linkfarm.html


Wilt u een link naar uw organisatie of bedrijf op onze website. Dat kan op verzoek gratis. Gaat u daarvoor naar onze linklijst: http://www.vreemdelingenrecht.com/linkfarm.html